ingeschreven

Bedankt. We hebben een bericht gestuurd om uw e-mailadres te bevestigen.

Krijg onbeperkt toegang tot onze kennisbank

De kennis en ervaring die ons kantoor sinds 1926 heeft opgedaan delen we graag. Meldt u aan om toegang te krijgen tot onze kennisbank inclusief premium artikelen.

Geef mij toegang
Klagen in de bouw ex. art. 6:89 BW: wanneer klaag je te laat? cover
Blog Bouwrecht

Klagen in de bouw ex. art. 6:89 BW: wanneer klaag je te laat?

Hamza Atas | 05 jan 2026 · Leestijd 8 min

Vrijwel iedere jurist kent de term ‘bekwame tijd’ uit artikel 6:89 BW, maar wat betekent deze term precies? In het bouwrecht blijkt dit een glijdende schaal. Het ene gebrek vraagt om direct handelen, terwijl het andere meer ruimte laat. Maar in alle gevallen is het risico groot: wie te laat klaagt, verliest zijn rechten. In deze tweede blog uit een reeks over de klachtplicht ex artikel 6:89 BW bespreek ik hoe de rechtspraak omgaat met tijdsverloop, waarom benadeling van de wederpartij vaak doorslaggevend is en welke factoren bepalen of een klacht nog op tijd is.

Alle omstandigheden van het geval

Of een klacht tijdig is ingediend, hangt zoals vaak af van alle omstandigheden van het geval. Een vaste termijn bestaat niet. Wat ‘bekwame tijd’ is, wordt onder meer bepaald door de aard en inhoud van de overeenkomst, de aard van de prestatie en de in de branche geldende gebruiken.

In het verleden kon enkel tijdsverloop al tot rechtsverwerking leiden. Stilzitten van de schuldeiser – ook zonder concreet nadeel voor de schuldenaar – kon al betekenen dat het klachtrecht verviel. Die benadering is inmiddels verlaten. Tijdsverloop speelt nog steeds een belangrijke rol, maar is niet langer doorslaggevend.

Vanwege het ingrijpende rechtsgevolg – volledig verlies van aanspraken – moet bij de beoordeling ook worden gekeken of en in hoeverre de schuldenaar daadwerkelijk is benadeeld. Bijvoorbeeld doordat bewijs verloren is gegaan of herstel onmogelijk is geworden. Het is dan aan de schuldeiser om te stellen en te bewijzen dat er sprake is van nadeel.

In een arbitragezaak uit 2015 voerde een onderneemster aan dat een VvE in 2005 te laat had geklaagd over vermeende extra werkzaamheden. De arbiters wezen erop dat het de onderneemster was die het beroep op artikel 6:89 BW moest onderbouwen. Dat lukte niet: zij wees slechts op veranderde regelgeving jaren later, zonder concreet te maken welk nadeel zij had geleden of welke werkzaamheden in 2005 extra zouden zijn uitgevoerd. Het beroep op de te late klacht faalde bij gebrek aan concreet nadeel.

Een recente uitspraak van de rechtbank van 22 oktober 2025 illustreert wanneer ‘nadeel’ wel aan de orde kan zijn. In deze zaak ging het om de sloop van een woning waarbij de aannemer – tegen de verwachting van opdrachtgever – het buitenblad had verwijderd. Op 12 december 2022 deed de opdrachtgever hierover een melding aan de aannemer, maar zonder duidelijk te maken dat dit mogelijk een tekortkoming betrof of dat een aansprakelijkstelling in beeld was. De rechtbank oordeelde dat deze mededeling onvoldoende concreet was om als klacht in de zin van artikel 6:89 BW te gelden. Doorslaggevend was dat opdrachtgever na de melding instemde met verdere sloop, waardoor de woning volledig werd afgebroken nog vóórdat aansprakelijkheid formeel werd ingeroepen. Daarmee werd onderzoek naar de oorzaak van de instorting van de verdiepingsvloer onmogelijk. De aannemer had bovendien, indien hij eerder en duidelijk was geïnformeerd, zijn verzekeraar kunnen inschakelen en onderzoek kunnen laten verrichten. De kern: doordat het werk volledig was gesloopt voordat aansprakelijkheid werd ingeroepen, was onderzoek niet meer mogelijk. Dat leverde nadeel op.

Factoren die meewegen

Bij de beoordeling wegen verder factoren mee zoals de aard en de waarneembaarheid van het gebrek, de wijze waarop het aan het licht komt, de moeilijkheidsgraad van het onderzoek en de deskundigheid van de schuldeiser. Hoe meer vertrouwen de schuldeiser in de prestatie mocht hebben, hoe minder hij hoeft te onderzoeken – zeker als de schuldenaar geruststellende mededelingen heeft gedaan.

De Hoge Raad bevestigde dit in een arrest uit 2011. Daaruit volgt dat de onderzoeks- en klachtplicht afhankelijk zijn van de aard van de zaak en overige omstandigheden. Eenvoudige gebreken moeten snel worden onderzocht en gemeld, maar bij complex of kostbaar onderzoek mag de koper meer tijd nemen. Als de koper voor zijn onderzoek afhankelijk is van derden, moet daar ook rekening mee worden gehouden. Heeft de verkoper geen nadeel van het late protest ondervonden, dan is er doorgaans ook geen reden om de koper rechtsverwerking tegen te werpen.

Bij bouwwerkzaamheden begint de klachttermijn in de regel pas bij de oplevering van het werk, tenzij er tijdens de bouw sprake was van directievoering of ander toezicht. Pas bij oplevering krijgt de opdrachtgever immers gelegenheid om het werk in zijn geheel op te nemen en eventuele gebreken te signaleren.

Lees ook Klagen in de bouw ex. art. 6:89 BW: wanneer vinden arbiters een prestatie gebrekkig?

Belangenafweging bij de klachtplicht

De toepassing van artikel 6:89 BW vereist een belangenafweging. Alle relevante omstandigheden moeten worden meegewogen. Factoren zoals een gebrek aan bouwkundige kennis bij de schuldeiser, de noodzaak om eerst deskundig onderzoek te laten verrichten en het uitblijven van schadeverergering (zoals uitbreiding van vochtplekken of schimmelvorming) kunnen ertoe leiden dat een klacht, ondanks tijdsverloop, toch als tijdig wordt aangemerkt. Als de belangen van de schuldenaar niet wezenlijk zijn geschaad, bijvoorbeeld omdat de situatie stabiel bleef of omdat het gebrek niet eenvoudig te onderkennen was, kan het recht op herstel of schadevergoeding alsnog in stand blijven.

Tot slot

De klachttermijn van artikel 6:89 BW kent geen vaste duur en juist daarin schuilt het risico. Er zijn geen harde grenzen, maar dat betekent niet dat alles toelaatbaar is. Rechters en arbiters wegen zorgvuldig af: hoe zichtbaar was het gebrek, hoe deskundig is de schuldeiser, wat was de rol van de aannemer, en is er sprake van benadeling? De uitkomst blijft casuïstisch, maar één rode lijn is helder: wie tijd verliest zonder goede reden én zonder te klagen, loopt het risico zijn rechten kwijt te raken.

In de volgende blog uit deze serie ga ik in op wat er gebeurt wanneer de opdrachtgever zélf in verzuim raakt en herstel belemmert.

Laat een reactie achter