Tijdig en correct klagen over gebreken voorkomt dat aanspraken vervallen. In een blogserie besteed ik aandacht aan wat de klachtplicht ex artikel 6:89 BW inhoudt en wat onder tijdig en correct klagen wordt verstaan. In deze eerste blog van de serie: wat is een gebrekkige prestatie?
De gedachte achter artikel 6:89 BW
Als een opdrachtgever of een hoofdaannemer ontevreden is over een werk, dan moet hij dat binnen een redelijke termijn melden. Dit heet ‘protesteren binnen bekwame tijd’.
Waarom is dat belangrijk? De wet (artikel 6:89 BW) wil voorkomen dat een schuldenaar (zoals een aannemer) zó laat met klachten wordt geconfronteerd dat het lastig wordt om zich daartegen te verweren. Denk aan de situatie waarin door tijdsverloop bewijs nog moeilijk te leveren is. Deze regel beoogt daartegen te beschermen.
De reikwijdte: wat is een gebrekkige prestatie?
De klachtplicht geldt voor geleverde maar gebrekkige prestaties. Ofwel: er is iets gepresteerd maar daarin zat een gebrek. Diverse uitspraken van de Raad van Arbitrage in bouwgeschillen (RvA) laten zien hoe arbiters hier tegenaan kijken.
Arbiters stelden in een zaak uit 2014 vast dat het uitblijven van de oplevering van parkeerplaatsen geen gebrek is, maar een geheel ontbrekende prestatie. Artikel 6:89 BW is dan niet van toepassing.
In een arbitragezaak uit 2009 speelde een soortgelijke situatie. De aannemer had herstelwerk aan lekkages niet uitgevoerd. Omdat er in die situatie geen sprake was van een gebrekkige prestatie, maar van het ontbreken van een prestatie, kon artikel 6:89 BW niet worden ingeroepen.
Ook klachten over te late uitvoering vallen buiten de klachtplicht. Zo oordeelden arbiters in een zaak uit 2023 dat een klacht over een te late prestatie niet onder artikel 6:89 BW valt, omdat het niet gaat om een gebrekkige, maar een te late nakoming. Dit lijkt erop te duiden dat het om een fysiek gebrek moet gaan.
Een ander scheidsgerecht oordeelde dat de klachtplicht niet gold voor min of meer administratieve contractuele verplichtingen die niet (correct) zijn nagekomen. In dit geval ging het om een korting die niet was verstrekt. In een zaak van 7 januari 2014 oordeelde de arbiter dat een te late klacht hierover niet leidt tot verval van rechten, omdat dit geen gebrekkige prestatie was in de zin van de klachtplicht. Dit is in lijn met het uitgangspunt dat het om een fysiek gebrek moet gaan.
Financiële klachten vallen ook niet onder artikel 6:89 BW. Dat blijkt uit een uitspraak uit 2013, waarin de curator namens een failliete aannemer kosten factureerde voor het verplaatsen van een pui en het aanbrengen van glas. Later kwam vast te staan dat deze werkzaamheden helemaal niet waren uitgevoerd. De arbiters oordeelden dat de klachtplicht niet van toepassing is wanneer een factuur wordt betwist omdat de daarin opgenomen werkzaamheden niet hebben plaatsgevonden. In zulke gevallen gaat het niet om een gebrekkige prestatie, maar om een financiële betwisting.
Een andere belangrijke uitspraak komt uit 2023. Dit ging over gebreken aan een dakconstructie, waarbij de opdrachtgever klaagde over openstaande naden in de dakplaten. Aanvankelijk wees zij op een fout in de aansluiting van de platen, maar later stelde zij dat het probleem werd veroorzaakt door een productiefout (delaminatie). De aannemer voerde aan dat de opdrachtgever (over deze oorzaak) te laat had geklaagd. De arbiters oordeelden echter dat artikel 6:89 BW alleen ziet op het gebrek in de prestatie zelf, en niet op de oorzaak van dat gebrek.
Tot slot is een uitspraak uit 2008 het bespreken waard. Na een brand stelde de aannemer dat de opdrachtgever haar te laat aansprakelijk had gesteld voor de schadelijke gevolgen van die brand. Maar arbiters oordeelden dat artikel 6:89 BW niet gaat over het te laat aansprakelijk stellen, maar over het te laat protesteren tegen een gebrek. Daaraan werd toegevoegd dat als de schuldenaar volledig op de hoogte is van de situatie, de opdrachtgever niet apart hoeft te protesteren.
Samengevat
Zoals gezegd geldt de klachtplicht uit artikel 6:89 BW alleen bij wel geleverde maar niet juist uitgevoerde prestaties. Daaraan zou je met enige voorzichtigheid kunnen toevoegen dat de RvA vindt dat er een fysiek gebrek moet zijn; dus niet elke tekortkoming is automatisch een gebrekkige prestatie waarvoor de klachtplicht geldt. Discussies over onjuiste facturen, niet verstrekte revisiebescheiden, ontbrekende (ofwel niet-geleverde) prestaties zouden er dus buiten vallen.
Rechtsgevolg van te laat klagen
Artikel 6:89 BW heeft verstrekkende gevolgen: te laat klagen betekent dat het recht op herstel of schadevergoeding volledig vervalt. De klachtplicht is dus een alles-of-niets-regel. Is de klacht tijdig? Dan behoudt de opdrachtgever zijn rechten. Het is een vorm van rechtsverwerking.
In de praktijk draait het vaak om de vraag wat moet worden verstaan onder ‘bekwame tijd’. Daarvoor bestaat geen vaste termijn; wat redelijk is, hangt sterk af van de omstandigheden van het geval.
Tot slot
De klachtplicht uit artikel 6:89 BW is geen vrijblijvende formaliteit, maar een harde voorwaarde voor het behoud van rechten. Wie te laat klaagt, verliest in principe het recht op herstel of schadevergoeding – zelfs als het gebrek evident is. In de praktijk vergt dit scherpe aandacht: wanneer is iets een ‘gebrekkige prestatie’ en wanneer juist niet? En hoe bepaal je of je klacht nog op tijd is? In de volgende blogs uit deze serie bespreek ik onder meer de vormvereisten van een klacht, de betekenis van ‘bekwame tijd’ en de rol van de aantoonbare benadeling.
Laat een reactie achter