De aannemer arriveert goed voorbereid bij de Raad van Arbitrage: drie dikke ordners onder zijn arm, vol bewijsstukken. Maar al snel komen er kritische vragen: "Kunt u het productiviteitsverlies echt aantonen?" Het blijft stil. Ondanks zijn voorbereiding blijkt dat het verhaal achter de cijfers onvoldoende scherp is. Herkenbaar? Helaas komt dit scenario vaak voor. Daarom in deze reeks over inefficiëntie in de bouw de vraag: hoe kijken rechters en arbiters naar inefficiëntieclaims?
Voor de volledigheid eerst een korte terugblik op de eerdere blogs uit deze reeks:
1. Inefficiëntie in de bouw: meer dan alleen vertraging. Hier maakte ik duidelijk dat inefficiëntie niet zomaar gelijkstaat aan vertraging; het betreft verlies van productiviteit dat moeilijker grijpbaar is, maar aanzienlijk kan oplopen.
2. Leegloop, uitloop en inefficiëntie: drie soorten schade, drie manieren van onderbouwing. In deze blog legde ik uit hoe deze categorieën van elkaar verschillen.
3. Van meerwerk tot hinder: de meest voorkomende oorzaken van inefficiëntie in de bouw. In de blog die uit deze serie tot nu toe het best werd gelezen ging ik in op de top-10 oorzaken van inefficiëntie in de bouw. Denk aan slecht gecoördineerd meerwerk, hinder door andere aannemers en onduidelijke ontwerpen, aangevuld met praktische mitigatietips.
4. Een pittige klus: het bewijzen van inefficiëntie en productiviteitsverlies. In deze blog lag de focus op het belang van betrouwbare data en methoden zoals de measured-mile-analyse en de cost-based benadering om inefficiëntieclaims te onderbouwen.
Waarom nu de rechterlijke blik? Omdat het belangrijk is om te weten hoe dossiers uiteindelijk door een rechter of arbiter worden beoordeeld. Juist het juridische kader van inefficiëntieclaims blijkt essentieel bij het nemen van strategische beslissingen.
Twee fora, één toetsingskader
Claims wegens inefficiëntie komen meestal bij de Raad van Arbitrage (RvA) terecht, soms bij de civiele rechter. De RvA blinkt uit in bouwtechnische expertise en snelheid, terwijl de civiele rechter soms minder gespecialiseerd is, met een langer proces als gevolg. Beide instanties hebben één cruciale gemene deler: ze maken actief gebruik van hun bevoegdheid om schade te schatten als exacte berekeningen niet mogelijk zijn (artikel 6:97 BW).
Dat is overigens niet alleen in Nederland zo, maar (bijvoorbeeld) ook in de Verenigde Staten:
"Liability cannot be evaded because damages cannot be measured with exactness."
De rechtspraak sinds 2014: Waar gaat het mis en waar gaat het goed?
In de praktijk zien we dat veel inefficiëntieclaims stranden door onvoldoende bewijs. Typische valkuilen zijn:
- Claims die volledig op nacalculatie berusten. Deze worden standaard afgewezen, omdat daarmee het ondernemersrisico van de aannemer verschuift naar de opdrachtgever.
- Te summiere onderbouwing van het verband tussen de oorzaak van verstoring en het aantal geclaimde uren. Dit leidt vaak tot directe afwijzing.
- Onvoldoende onderliggende data en context.
Waar claims wél succesvol zijn, zien we een helder patroon:
- Betrouwbare (productiviteits)data.
- Gedegen vastlegging van verstoringen in logboeken, ondersteund met dagrapporten en foto's.
- Actief en tijdig melden van de verstoring richting opdrachtgever (zoals vereist volgens UAV (GC)).
- Waar volledige data ontbreken maar de rechters/arbiters de overtuiging hebben dat schade is geleden: een beroep op artikel 6:97 BW. Rechters zijn dan eerder geneigd een redelijke schatting te geven, mits het verhaal erachter overtuigt.
Kortom, rechters en arbiters verwachten geen perfecte cijfers, maar een consistent verhaal over oorzaak, gevolg en de daadwerkelijk geleden schade.
Voor een overzicht van deze uitspraken, zie het preadvies ‘Juridische aspecten van samenlopende vertragingsoorzaken en ineffeciëntie in de bouw’.
Checklist: hoe overtuig je togadragers?
Hieronder een korte checklist die kan helpen om inefficiëntieclaims juridisch goed onderbouwd te presenteren:
Contractfase:
- Leg vooraf duidelijk vast hoe de uitvoering gaat worden gerealiseerd: wanneer is welk bouwdeel aan de beurt en wat is de doorlooptijd bij ongehinderde voorgang?
Uitvoering:
- Registreer de productie (bij voorkeur dagelijks) en leg verstoringen nauwgezet vast.
- Meld direct, schriftelijk en helder welke verstoringen optreden – inclusief hun impact.
Claimfase:
- Corrigeer nacalculaties zorgvuldig voor aannemersrisico en faalkosten.
- Bouw een duidelijk, transparant en begrijpelijk dossier op.
- Vermijd de aanpak: “let’s throw it all against the wall and see what sticks”.
Procesfase:
- Zorg voor een samenvatting en visuele ondersteuning voor rechters en arbiters, om complexe technische verhalen toegankelijk te maken.
Succes in de rechtszaal begint op de bouwplaats
De les is helder: het succesvol claimen van inefficiëntieschade begint al in de bouwkeet. Tijdige en juiste registratie voorkomt hoofdpijn achteraf. Wilt u hier meer over weten, of advies over hoe u zich juridisch sterker kunt positioneren bij inefficiëntieclaims? Neem gerust contact met mij op.
Laat een reactie achter