ingeschreven

Bedankt. We hebben een bericht gestuurd om uw e-mailadres te bevestigen.

Krijg onbeperkt toegang tot onze kennisbank

De kennis en ervaring die ons kantoor sinds 1926 heeft opgedaan delen we graag. Meldt u aan om toegang te krijgen tot onze kennisbank inclusief premium artikelen.

Geef mij toegang
Een pittige klus: het bewijzen van inefficiëntie en productiviteitsverlies cover
Blog Bouwrecht

Een pittige klus: het bewijzen van inefficiëntie en productiviteitsverlies

Arno Jacobs | 02 jun 2025 · Leestijd 8 min

Een claim wegens inefficiëntie in bouwprojecten lijkt op papier eenvoudig: het werk verliep minder efficiënt door omstandigheden die bij de opdrachtgever lagen, er ontstaat schade dus de aannemer zou recht hebben op compensatie. Maar in de praktijk blijkt het een lastige juridische en bewijstechnische opgave. De kern van het probleem is helder, maar uitdagend: hoe toon je aan dat je onder 'normale omstandigheden' wel efficiënt had kunnen werken, én dat het juist acties of nalaten van de opdrachtgever waren die tot verstoringen leidden?

De bewijslast: wat maakt het zo moeilijk?

Het aantonen van inefficiëntie vraagt allereerst om duidelijkheid over wat precies 'normale omstandigheden' zijn. Dit vormt direct een uitdaging. Het vereist inzicht in de productiviteit die zonder verstoring behaald had kunnen worden, de zogenaamde baseline. Hier doemt bijna altijd het eerste obstakel op: zijn er (gedetailleerde) gegevens waarmee we die productiviteit kunnen aantonen?

Measured mile: ideale methode, maar kent zijn uitdagingen

In het buitenland, vooral in het Verenigd Koninkrijk en de VS, wordt vaak gewerkt met de zogenaamde 'measured mile'-methode. Met deze productivity-based methode worden perioden van normale productiviteit binnen hetzelfde project gebruikt als vergelijkingsmateriaal voor perioden van verstoorde productiviteit. Dit is theoretisch gezien de meest nauwkeurige manier om inefficiëntie aan te tonen, omdat de vergelijking binnen hetzelfde werk en dezelfde context plaatsvindt.

Uit een onderzoek dat ik een aantal jaar geleden uitvoerde voor het preadvies ‘Juridische aspecten van samenlopende vertragingsoorzaken en ineffeciëntie in de bouw’, bleek dat veel Nederlandse bouwbedrijven niet beschikken over nauwkeurige, real-time data van productiviteit op taakniveau. Dit maakt het lastig om een scherpe vergelijking te maken tussen de geplande en gerealiseerde productie.

Alternatief: cost-based analyses

Door het ontbreken van gedetailleerde productiviteitsdata kunnen partijen ook uitgaan van een cost-based methode. Dit houdt in dat men de begrote kosten vergelijkt met de daadwerkelijk gemaakte kosten, na correcties voor meer- en minderwerk, faalkosten en andere factoren die voor risico van de aannemer blijven. Hoewel Nederlandse rechters en arbiters vaak kritisch zijn op nacalculaties, omdat daarmee het ondernemersrisico te gemakkelijk verschuift naar de opdrachtgever, kan een aangepaste vorm van kostengebaseerde analyse wél acceptabel zijn, mits grondig voorbereid en correct toegepast.

Hoe krijg je kostengebaseerde analyses wél aanvaard?

Wil een cost-based analyse in Nederland kans van slagen hebben als grondslag voor schadebegroting, dan moet men stevig aan de slag met het zoeken naar bewijzen. De belangrijkste zaken waar men naar op zoek moet, zijn:

  • Toon aan dat de oorspronkelijke begroting realistisch en marktconform was.
  • Laat zien dat de gemaakte kosten redelijk en aantoonbaar zijn.
  • Corrigeer voor faalkosten, ondernemersrisico’s e.d.

Dit betekent concreet dat er een uitgebreide onderbouwing en verantwoording van de kosten moet komen. Denk daarbij aan facturen, urenstaten en verklaringen die aantonen dat kostenoverschrijdingen echt verband houden met verstoringen vanuit de opdrachtgever.

De rol van rechters en arbiters: een billijke schatting

Goed nieuws voor aannemers: Nederlandse rechters en arbiters hebben de vrijheid om schade wegens inefficiëntie te schatten als exacte berekeningen niet mogelijk zijn. Cruciaal daarbij is dat aannemelijk wordt gemaakt dát er schade geleden is en dat deze schade duidelijk aan omstandigheden aan opdrachtgeverszijde toe te rekenen is. Als dat lukt, kan een rechter of arbiter een redelijke schatting maken van de geleden inefficiëntieschade. Sterker nog: als de rechters de overtuiging hebben dat er schade is geleden die moet worden vergoed, dan zijn zij daartoe doorgaans verplicht.

Varianten op de schadebegroting

Rechters en arbiters realiseren zich dus ook dat het begroten van schade mensenwerk is. Daarmee wil ik niet zeggen dat het wel meevalt met de bewijslast want dat blijft hard werken. Wat ik bedoel is dat het aantonen van de daadwerkelijk geleden schade geen werk is dat met wiskundige precisie behoeft te worden uitgevoerd. Dus als je andere en net zo overtuigende methoden van schadebegroting gebruikt die buiten de hierboven besproken modellen vallen, dan kan dat.

Een voorbeeld: stel dat een hoofdaannemer en een installateur afspreken dat de installateur in een appartementencomplex elke dag twee woningen zal doen. Dan creëert dat ook verplichtingen voor de hoofdaannemer, want die zal de installateur daartoe in staat moeten stellen. Doet hij dat niet en de installateur kan per dag maar 1,5 woning doen dan heb je een goede basis om je productiviteitsverlies te berekenen.

Conclusie: zorgvuldig meten loont

Bewijzen van inefficiëntie en productiviteitsverlies in bouwprojecten blijft een complexe klus. Bouwbedrijven doen er verstandig aan hun administratie en registratie van productiviteit sterk te verbeteren, eventueel met behulp van een zogenoemde quantity surveyor. Het goed bewaken van de productiviteit dient meerdere doelen. Denk aan:

  • De mogelijkheid van vroegtijdig corrigeren en/of ingrijpen, waardoor het mogelijk wordt om faalkosten te reduceren.
  • Het verzamelen van harde data, die bouwbedrijven weer kunnen gebruiken voor de calculatie en uitvoering van toekomstige werken.
  • De mogelijkheid om schade wegens inefficiëntie te signaleren en begroten waardoor de kans aanzienlijk groter wordt dat een inefficiëntieclaim slaagt.

Maar goed, na bijna dertig jaar in de bouwadvocatuur weet ik inmiddels dat je ook een beetje realistisch moet blijven. Vaak regeert de waan van de dag: het werk moet doorgaan, mensen moeten worden aangestuurd, bouwvergaderingen moeten worden bijgewoond, inkoop geregeld, noem maar op. Dus totdat het zover is, blijft het belangrijk om creatief om te gaan met alternatieve oplossingen.

Vragen of opmerkingen?

Wilt u hier meer over weten, of advies over hoe u zich juridisch sterker kunt positioneren bij inefficiëntieclaims? Neem gerust contact met mij op.

Dit is een blogreeks over inefficiëntie in de bouw. Eerder verschenen al:

Laat een reactie achter