Kennisbank Alle bekijken
Een nieuw twee fasen contract UAV-GC 2025 en de verkeerde uitleg van de UAV-GC 2005 (deel II) Zoek de verschillen
1. Inleiding
Zoeken in document nr. 8 - augustus 2026
Inhoudsopgave
TBR 2026-87 Meer informatie over dit onderdeel
Netbewuste nieuwbouw: sturings-(on)mogelijkheden op het snijvlak van publiek en privaatrecht?
nieuw twee fasen contract UAV-GC 2025 en de verkeerde uitleg van de UAV-GC 2005 (deel II)
Praktijk Reactie Jurisprudentie
In een vorige nummer van TBR[2] heb ik toegelicht hoe een onjuiste toepassing van § 3 UAV-GC 2005 heeft geleid tot de noodzaak van een sterk gewijzigde regeling in de UAV-GC 2025. Daarbij kwam aan de orde voor welk probleem § 3 (oud en nieuw) een oplossing moet bieden en hoe dat probleem vroeger werd opgelost en waar het in deze context fout is gegaan met de UAV-GC 2005, met name de constructie van een precontractuele onderzoeksplicht voor de aannemer. Die analyse was van belang om te voorkomen dat de rechtspraak over de nieuwe UAV-GC dezelfde verkeerde richting kiest als bij de vorige versie is gebeurd. In het eerste deel is ook een korte beschrijving opgenomen van de discussie die uiteindelijk tot overeenstemming over tekst en vooral ook de toelichting bij de UAV-GC 2025 heeft geleid (par. 6).
In het tweede deel licht ik eerst toe hoe de regeling in § 3 lid 2 en 3 UAV-GC 2025 (en vooral van de toelichting daarop) in elkaar zit. In de toelichting op de UAV-GC 2025 is er met zoveel woorden op gewezen dat die niet voorziet in de mogelijkheid van een twee fasen-opzet.[3] Hierna wordt die verklaring eerst enigszins genuanceerd (tekst en toelichting bevatten namelijk een mogelijkheid tot verrekening van opgegeven uitgangspunten). Vervolgens wordt een revisie van een eerder gepubliceerde verrekeningsclausule toegelicht: in 2021 is een twee fasen-optie voor een UAV-GC overeenkomst uitgewerkt, waarmee na acceptatie van een DO overeenstemming kan worden bereikt over de gevolgen daarvan in tijd en geld.[4] Inmiddels is veel ervaring opgedaan met twee fasen-contracten (veelal op basis van een bouwteam voor de eerste fase). Op basis van die ervaringen en op basis van de nieuwe UAV-GC 2025 hebben de opstellers van die clausule geoordeeld dat een aanpassing van uitgangspunten en formulering noodzakelijk was.[5]
2. De nieuwe UAV-GC 2025
2.1 De package deal/de achtergrond van de totstandkoming van § 3 UAV-GC 2025
Zoals bekend heeft de herziening van de UAV-GC 2005 de nodige tijd geduurd en zagen de betrokkenen zich eind 2021 genoodzaakt advies in te winnen over enkele ‘heikele punten’.[6]
Een van die punten betrof § 3 lid 3 van de latere UAV-GC 2025. In een ‘viermanschap’ werden deze punten besproken waarna in april 2022 aan de opdrachtgevers en opdrachtnemers die betrokken waren bij de herziening een voorstel werd gepresenteerd voor een ‘package-deal’ over die vijf punten met een tamelijk
uitvoerige uiteenzetting over hoe met name de informatieverstrekking zou behoren te verlopen en welke gevolgen daaraan verbonden dienden te worden.[7]
Dat advies uit 2022 is in 2024 door opdrachtgevers en opdrachtnemers overgenomen; en de tekst van het voorstel van het viermanschap voor de wijziging van § 3 is vrijwel letterlijk verwerkt in de tekst van en de toelichting op § 3 UAV-GC 2025.
De wijziging van § 3 was mede gebaseerd op de eerdere ervaringen met de toepassing van het oude § 3 UAV-GC 2005.
Juist vanwege het feit dat de uiteindelijke overeenstemming over de gehele herziening van de UAV-GC in belangrijke mate op het advies van het viermanschap was gebaseerd en de tekst van het advies op het punt van
§ 3 grotendeels letterlijk in de toelichting is overgenomen komt aan de toelichting (veel meer dan aan de toelichting op de vorige versie) grote betekenis toe. Dat geldt overigens ook voor andere onderdelen van de toelichting op de wijzigingen in de UAV-GC 2025, waarover partijen deze keer expliciete afspraken hebben gemaakt.
2.2 Het stappenplan
De toelichting bevat een zeer concrete uitwerking van de wederzijdse verantwoordelijkheden in het kader van art. 7 MBO en § 3 UAV-GC. In art. 7 MBO bij de UAV-GC 2025 is nu opgenomen dat de opdrachtgever onder meer informatie verstrekt over ‘de geotechnische gesteldheid van de bodem, bestaande objecten, kabels en leidingen, verontreinigingen, ontplofbare oorlogsresten en zaken van materiële, historische of wetenschappelijke waarde, voor zover die informatie relevant is gelet op de aard van het Werk’ (lid 1 sub c). In § 3 (over de verplichtingen van opdrachtgever) zijn enkele gevolgen van mogelijke onjuistheden van deze informatie nader geregeld.
In die toelichting[8] is ook aandacht besteed aan het geval dat de Opdrachtgever in dat kader tot de conclusie komt dat er ten tijde van de voorbereiding van het project nog te weinig gegevens zijn voor een goede prijsbepaling.[9] In de situatie dat de Opdrachtgever zich dat al bij de keuze voor een contractvorm realiseert bevat de toelichting op p. 61 de suggestie dat de inschrijver ‘van bepaalde veronderstellingen mag uitgaan.
Partijen moeten hiervoor dan wel een aanvullende voorziening in de Overeenkomst treffen’. Dat was precies waarvoor het in de inleiding van deze bijdrage bedoelde eerdere voorstel voor een twee-fasencontract onder de UAV-GC in 2021 voor was bedoeld; en waarvoor hierna een gewijzigd voorstel wordt gepresenteerd.
De toelichting op de UAV-GC 2025 besteedt ook aandacht aan de situatie dat tijdens de aanbesteding behoefte ontstaat aan deze wijze van verrekening. In een stappenplan presenteert Opdrachtgever eerst de aanbestedingsstukken, waarna de gegadigden vragen stellen en Opdrachtgever kan kiezen tussen verstrekking van aanvullende gegevens, een vooronderzoek of een verwijzing naar concrete externe vindplaatsen. Op p. 64 wordt daaraan de mogelijkheid toegevoegd dat Opdrachtgever ‘de potentiële inschrijvers bericht dat zij hun Aanbiedingen mogen baseren op een aanname (een uitgangspunt voor calculatie). Met het oog op de vergelijkbaarheid van de Aanbiedingen verdient het dan overigens sterk de voorkeur dat de Opdrachtgever dan zelf omschrijft van welke aanname de potentiële inschrijvers mogen uitgaan.’ Dit is een cruciale stap richting een systeem van verrekening zoals ik dat heb bepleit in een artikel in TBR in 2022.[10]
De suggestie wordt in de toelichting niet verder uitgewerkt maar omdat de suggestie wordt gedaan in verband met § 3 lid 3 is duidelijk dat afwijkingen van deze ‘aanname’ via § 3 lid 3 en § 44 lid 1 sub b worden verrekend. Bij dat alles moet goed bedacht worden dat § 4 lid 4 UAV-GC de verplichting bevat dat Opdrachtnemer het werk afstemt op de tijdens realisatie ‘blijkende toestand’, dus niet de uit de aanbestedingsstukken blijken of veronderstelde toestand, hetgeen een bevestiging is van het uitgangspunt dat er vaak een verschil is tussen beide toestanden. Die verplichting doet dus niet af aan het recht van de Opdrachtnemer op vergoeding van de kosten van dit verschil.[11] Dat geldt overigens voor de gehele § 4, waarin Opdrachtnemer de taak krijgt een mooi werk af te leveren zonder gebreken, maar niet tegen iedere prijs: de tegenprestatie wordt geregeld in andere paragrafen zoals § 3.[12]
2.3 Een verrekenmodule in de UAV-GC 2005 en 2025
Deze beide opties in de toelichting van de nieuwe UAV-GC 2025, waren voor de opstellers aanleiding om het twee fasen-model te herzien dat zij in 2021 hebben gepubliceerd. Dat model is erop gericht om in een UAV-GC 2005 overeenkomst verrekening plaats te doen vinden op basis van het definitief ontwerp voor gevallen waarin bij aanbesteding te weinig informatie beschikbaar is voor een verantwoorde calculatie van ontwerp- en realisatiekosten (TBR 2021/95). Dat model was natuurlijk gebaseerd op de UAV-GC 2005.
Op enkele onderdelen heeft de UAV-GC 2025 geleid tot wijzigingen die relevant zijn voor het twee fasen-model uit 2021. Die wijzigingen hebben geleid tot een vereenvoudiging van het model.
Zoals hierna zal worden toegelicht, stelt Opdrachtnemer in deze gewijzigde versie van het twee fasen-model na gunning een Definitief Ontwerp op, en na acceptatie daarvan door Opdrachtgever een Uitvoeringsaanbieding. Wanneer Opdrachtgever die Uitvoeringsaanbieding niet aanvaardt treden partijen in overleg om door wijziging van eisen, definitief ontwerp (DO) of Prijsaanbieding alsnog tot overeenstemming te komen. De vorige versie van 2021 voorzag in een verplichting voor Opdrachtnemer tot uitvoering van het DO wanneer Opdrachtgever tenminste 95% van het saldo van de Prijsaanbieding aanvaardde (en een bevoegdheid voor Opdrachtnemer om over het verschil een geschil aanhangig te maken), en een mogelijkheid tot beëindiging door Opdrachtnemer tegen betaling van een vergoeding van 1% van de Inschrijvingsprijs. Deze voorzieningen in het model van 2021 lijken tegenwoordig niet meer nodig om samenwerking in een twee fasen-opzet aantrekkelijk te maken, en lijken juist af te wijken van wat inmiddels gebruikelijk is. Deze voorzieningen zijn daarom in het nieuwe model vervallen.
In het verlengde daarvan is ook gekozen om de beëindigingsbevoegdheid van Opdrachtgever niet alleen te verbinden aan een overschrijding van de bij aanbesteding ingediende prijs maar als uitgangspunt te kiezen dat partijen het volledig eens moeten zijn over de verrekening voordat de uitvoering kan starten.
2.4 Vaste prijs en verrekening
Het resultaat van deze wijzigingen in het twee fasen-model is dat een Opdrachtgever in dit model bij aanbesteding een keuze kan maken voor onderdelen van het werk waarvoor mogelijk een vaste prijs kan worden afgegeven (zoals de UAV-GC veronderstellen) en onderdelen waarvoor alleen een voorlopige prijs kan worden afgegeven, en verrekening kan plaatsvinden wanneer het DO gereed is.
Dit doet hij als volgt: In de Basisovereenkomst maakt Opdrachtgever voor de verrekenbare onderdelen duidelijk welke prijs-‘componenten’ (een begrip dat reeds vanaf de UAV-GC 2005 in art. 2 lid 4 van de Basisovereenkomst wordt gehanteerd) door de inschrijvers moeten worden afgegeven met het oog op latere verrekening. In het Acceptatieplan legt Opdrachtgever tevoren vast of hij voor de verschillende onderdelen van het werk verschillende Definitieve Ontwerpen wenst te ontvangen of juist een geïntegreerd Definitief Ontwerp. De prijs die de inschrijvers bij aanbesteding indienen is dus ofwel volledig verrekenbaar ofwel gedeeltelijk verrekenbaar en is te beschouwen als een referentieprijs die verbonden is aan de gegevens en eisen die Opdrachtgever bij aanbesteding heeft verstrekt. Nadat het Definitieve Ontwerp voor de onderdelen die verrekenbaar zijn door Opdrachtgever geaccepteerd is berekent Opdrachtnemer de definitieve prijs op basis van de overeengekomen prijscomponenten.
Na overleg over deze ‘Uitvoeringsaanbieding’ komen partijen de definitieve prijs overeen en kan de realisatie een aanvang nemen. Wanneer de samenwerking niet tot overeenstemming over het Definitief Ontwerp en de daarbij behorende consequenties leidt, kunnen beide partijen in het uiterste geval de overeenkomst beëindigen. Omdat die consequentie voor beide partijen uiterst onaantrekkelijk is en Opdrachtnemer tussentijds rapporteert over de ontwikkeling van het ontwerp en de raming, zal een dergelijke uitkomst zich in werkelijkheid waarschijnlijk niet (of in ieder geval zelden) voordoen.
De gereviseerde bepalingen zijn aldus aanzienlijk vereenvoudigd en geconcentreerd in de Basisovereenkomst, zodat de UAV-GC zelf er niet voor behoeven te worden gewijzigd.
Deze gewijzigde opzet sluit zo beter aan bij de inmiddels gegroeide praktijk van twee fasen-contracten en sluit ook aan bij de opzet van de nieuwe § 3 lid 3 UAV-GC 2025 en de toelichting daarbij zoals hiervoor toegelicht.
Het voordeel van dit model voor beide partijen ten opzichte van andere twee fasen-contracten zoals bouwteam-overeenkomsten is met name dat er een veel duidelijker contractueel kader is voor met name de ontwerp- en uitvoeringsaansprakelijkheid van Opdrachtnemer. De gevolgen van later beschikbare informatie worden namelijk in de prijsvorming opgenomen en de samenwerking verandert daardoor niet van karakter wanneer de bouwteam/ontwerpfase overgaat naar de realisatiefase. Dit is een probleem bij veel bouwteam-contracten, omdat de regeling van de verantwoordelijkheden tussen de ontwerpfase en de uitvoeringsfase onderling afwijkend is.
2.5 Toelichting termen en de prijsaanbieding
De UAV-GC kennen een ‘Aanbieding’ die kan zijn opgebouwd uit ‘Componenten’. Die Aanbieding geldt als vaste prijs, behoudens aanpassingen op grond van § 44 of 45.
Om binnen de UAV-GC een twee fasen-verrekening mogelijk te maken, dienen voor de prijsvorming twee fasen te worden onderscheiden.
Voor de eerste fase kiest de Opdrachtgever voor welk deel van het werk hij enerzijds een ‘klassieke’ vaste prijs wenst, en voor welk deel hij anderzijds een twee-fasen-verrekening wenst. Het laatste deel wordt geheel verrekenbaar doordat de aannemer in de tweede fase een ‘Uitvoeringsaanbieding’ doet. Opdrachtgever kan ervoor kiezen om voor dat verrekenbare deel prijs ‘componenten’ te onderscheiden, dus een soort
verrekenprijzen, eventueel in combinatie met een open begroting en een prijsvormingsvoorstel. Op grond van art. 2 lid 4 bestaat namelijk de mogelijkheid om de prijs nader te specificeren in verschillende ‘componenten’. Bij een twee fasenaanpak kan de Opdrachtgever deze ruimte benutten door de prijs op te splitsen in onderdelen van het Werk waarvoor wél een vaste prijs kan worden aangeboden, terwijl voor die onderdelen waarvan de scope nog onvoldoende duidelijk is en verdere uitwerking vereist, de prijs pas op een later moment kan worden vastgesteld en gewerkt kan worden met een referentieontwerp en prijs. Op die manier moeten duidelijke parameters worden vastgesteld die door-koppeling van de inschrijvingsprijs van fase 1 naar de Uitvoeringsaanbieding voor fase 2 mogelijk maken. Daardoor kan opdrachtgever een gefundeerde gunningsbeslissing nemen in de eerste fase en worden speculatieve aanbiedingen ontmoedigd.
2.6 Afwijkingen UAV-GC, zoals bijvoorbeeld accepteren van een definitief ontwerp en aansprakelijkheid voor het ontwerp
Om een stevige basis te leggen voor de tweede fase moet de scope van het ontwerp duidelijk zijn bepaald. Om die reden is het noodzakelijk om te voorzien in acceptatie van het DO door de Opdrachtgever, in plaats van de toetsing van het ontwerp zoals voorzien in § 20 van de UAV-GC (omdat Opdrachtnemer in geval van toetsing niet gehouden is om het eventuele commentaar van Opdrachtgever te verwerken). Opdrachtgever zal dan in het Acceptatieplan een keuringsplan Uitvoeringswerkzaamheden moeten verlangen, en daarin (zie § 21 lid 4) een stoppunt moeten opnemen voor goedkeuring van het DO. Acceptatie van het DO heeft geen decharge van de aannemer tot gevolg: op grond van § 1 sub b betekent acceptatie alleen: een verklaring van geen bezwaar. De enige functie van de acceptatie is in beginsel dat Opdrachtgever ermee akkoord gaat dat het DO wordt afgeprijsd, Opdrachtgever kan ervoor kiezen een geïntegreerd DO te doen opstellen of verschillende Definitieve Ontwerpen voor de verschillende (al dan niet verrekenbare) onderdelen van het werk. Op de raakvlakken van deze onderdelen is het denkbaar dat ook voor het onderdeel waarvoor een vaste prijs is overeengekomen, sprake is van een wijziging in de zin van § 45 UAV-GC als gevolg van het DO voor het verrekenbare werkonderdeel. Aan het door Opdrachtgever voorgestelde DO kunnen ook randvoorwaarden zijn verbonden die als (gewijzigde) eisen aan de overeenkomst moeten worden toegevoegd, zodat de verrekening daarvan niet alleen is gebaseerd op de hierna voorgestelde bepaling in de Basisovereenkomst maar ook op § 45 UAV-GC.
Wanneer partijen aan het einde van de eerste fase niet tot elkaar komen, kunnen partijen afscheid nemen en kan Opdrachtgever eventueel het DO door een derde doen uitvoeren. Omdat het DO door Opdrachtnemer is opgesteld met de bedoeling om dat zelf uit te voeren en niet bedoeld is voor uitvoering door een derde, voorziet dit model erin dat de aannemer niet aansprakelijk kan worden gesteld voor eventuele gebreken.
Wanneer een ander uitgangspunt zou worden gekozen, dan zal het opstellen van een DO waarschijnlijk aanzienlijk bewerkelijker worden. Een nieuwe aannemer zal bovendien het DO volledig willen doorgronden voordat hij beslist om op die basis een prijsaanbieding te doen, en daarmee aansprakelijkheid voor het DO aanvaarden. Opdrachtgever krijgt daarmee dus toch een aanspreekpunt voor alle onverhoopte gebreken in het Definitief Ontwerp.
2.7 Voor welke type project is dit model opgesteld?
Het twee fasen-model is bedoeld voor alle soorten projecten. Sterker nog: het model is bedoeld voor toepassing in alle opdrachten. Voor de afweging of een project geschikt is voor een twee fasen-opzet verwijzen we naar de uitvoerige handleiding die Rijkswaterstaat in goed overleg met marktpartijen heeft opgesteld in 2023.[13] Het is aan Opdrachtgever om binnen deze gewijzigde UAV-GC te beslissen of een project geschikt is voor een twee fasen-verrekening, en dat zal zeker het geval zijn wanneer er relatief weinig gegevens over de raakvlakken en het ontwerp beschikbaar zijn. In dat geval activeert Opdrachtgever art. 2 lid 7 MBO. Kiest hij die optie niet, dan gelden dus alleen de bepalingen van de UAV-GC.
DO (en overigens ook schetsontwerp en uitvoeringsontwerp) zijn diffuse begrippen. Dat het begrip DO geen vast omschreven betekenis heeft, leidt ook nu wel eens tot discussies in UAV-GC projecten. Op onderdelen meent een Opdrachtnemer namelijk soms dat uitwerking beter kan plaatsvinden in een later stadium (bijvoorbeeld UO), terwijl Opdrachtgever die uitwerking al in het DO wil beoordelen. Dat probleem kan in dit model niet worden opgelost. Tegelijkertijd lijkt het probleem ook niet zo groot te zijn, dat het nu of straks tot wezenlijke risico’s leidt, mede omdat er in de markt ook wel in de branche gebruikelijke definities beschikbaar zijn.[14] Dus als Opdrachtgever in staat is een nadere definiëring te specificeren die partijen verder helpt, dan biedt het model daartoe alle ruimte.
2.8 Toepassing
Hiervoor is toegelicht dat Opdrachtgever bij de keuze voor een contractvorm tot de conclusie kan komen dat een vorm van uitgestelde prijsbepaling/verrekening gewenst is, waarvoor een contractuele voorziening nodig is. Dit twee fasen-model voor UAV-GC contracten is bedoeld om in die behoefte te voorzien. Het is ook mogelijk dat (potentiële) gegadigden tijdens de aanbesteding tot de conclusie komen dat verrekening conform dit model gewenst is. De Gids Proportionaliteit (voorschrift 3.9B) geeft een gegadigde het recht om daarvoor een voorstel te doen (‘De aanbestedende dienst biedt tijdens de aanbestedingsprocedure potentiële inschrijvers de kans suggesties te doen voor aanpassingen aan de conceptovereenkomst of af te wijken van de inkoopvoorwaarden’).
3. De herziening van de verrekenmodule
Net als de module die in 2021 is ontwikkeld, voorziet ook de herziene versie in een (gedeeltelijk) gefaseerde prijsvorming, door middel van toevoeging van enkele bepalingen in de UAV-GC.
Uitgangspunt is dat Opdrachtgever via art. 2 lid 7 MBO kan kiezen voor toepasselijkheid van de voorgestelde regeling.
De opzet die daarbij gehanteerd is, is als volgt: Opdrachtgever kan voor het gehele werk of voor een gedeelte van het werk een prijs opvragen die bestaat uit ‘componenten’ (de aanduiding die in de Basisovereenkomst UAV-GC 2025 in art. 2 lid 4 wordt gehanteerd). Op basis van deze prijscomponenten kunnen de werkelijk uitgevoerde werkzaamheden in een later stadium verrekend worden op basis van het alsdan geaccepteerde DO. De componenten kunnen eventueel worden uitgewerkt in een annex. De aanbieding voor die componenten moet gebaseerd worden op informatie van Opdrachtgever, die voldoende bepaald is om een objectieve vergelijking te kunnen maken waarop de gunningsbeslissing kan worden gebaseerd. Uitgangspunt is daarbij dat eventuele aanpassing van mijlpalen en andere condities behorende bij de aanbieding ook als ‘eisen’ worden
behandeld om daarmee de objectieve vergelijking ook op die onderdelen te kunnen maken. Wanneer er volgens
Opdrachtgever voor een ander gedeelte wel voldoende informatie beschikbaar is, kan hij daarvoor wel een vaste prijs vragen, en daarvoor een component toevoegen. De achtergrond daarvoor zou ook kunnen zijn dat Opdrachtgever een gedeelte van het werk al in uitvoering neemt, terwijl het ontwerp voor het overige wordt opgesteld; maar ook in dat geval zou de prijs daarvoor verrekenbaar kunnen worden gesteld.
Daarna stelt Opdrachtnemer een DO op aan de hand van de door Opdrachtgever opgestelde eisen. Dat is een proces dat in fases verloopt, waarbij Opdrachtnemer de Opdrachtgever op de hoogte houdt door middel van ramingen en revisies. Na acceptatie van het Definitief Ontwerp dient Opdrachtnemer een Uitvoeringsaanbieding in, die inzicht geeft in de relatie met de componenten bij inschrijving. Opdrachtgever kan er ook voor kiezen om voor een deel van het werk deze gefaseerde prijsvorming te vragen; en voor een ander deel meteen een vaste aanneemsom, wanneer Opdrachtgever meent dat er voldoende informatie is om al zonder DO (of met een DO voor dat deel) de prijs goed te kunnen bepalen. Opdrachtgever kan er ook voor kiezen om een integraal definitief ontwerp te doen opstellen voor het volledige werk. In dat geval zal Opdrachtnemer een Uitvoeringsaanbieding doen voor het volledige DO. Eventueel organiseert Opdrachtgever voor de aanbesteding een marktconsultatie om daarover een betere beslissing te kunnen nemen. In de Uitvoeringsaanbieding neemt Opdrachtnemer alle kosten op alsmede een planning, precies zoals bij § 45 het geval zou zijn. De formulering in het voorgestelde art. 2 lid 7 is dan ook overgenomen uit § 45 lid 2 UAV-GC.
3.1 Overleg na gewijzigde Uitvoeringsaanbieding
Op basis van de gewijzigde Uitvoeringsaanbieding overleggen partijen en beslist Opdrachtgever of hij de Uitvoeringsaanbieding aanvaardt. Omdat het ontwerp na de gunning wordt opgesteld is de kans groot dat de omvang van het werk afwijkt van hetgeen in de aanbesteding is omschreven. Om er geen misverstanden over te laten bestaan dat partijen rekening hebben gehouden met deze mogelijkheid, doet Opdrachtgever er goed aan om reeds in de aankondiging van de aanbesteding duidelijk te maken dat sprake is van een prijsherzieningsclausule in de zin van art. 2.163c Aanbestedingswet. De exacte formulering van de clausule hangt onder meer af van de wijze waarop Opdrachtgever de verrekenbare prijscomponenten in art. 2 lid 4 heeft bepaald.
Opdrachtgever kan ook besluiten de overeenkomst te beëindigen. Opdrachtgever heeft overigens altijd deze mogelijkheid ingevolge §16, maar is dan (onder meer) een vergoeding over het niet uitgevoerde deel verschuldigd. Een dergelijke vergoeding is minder passend bij een twee fasen-opzet, zodat in de hiernavolgende bepalingen is gekozen voor uitsluitend vergoeding van de gemaakte kosten van Opdrachtnemer indien Opdrachtgever besluit de overeenkomst te beëindigen.
Door deze opzet heeft Opdrachtnemer een groot belang om een zo realistisch mogelijke prijs op basis van de beschikbare informatie in te dienen bij aanbesteding (want dan is de kans op een groot verschil met de uiteindelijke Uitvoeringsaanbieding en mogelijke beëindiging door Opdrachtgever kleiner). Opdrachtgever heeft een groot belang om de gewijzigde Uitvoeringsaanbieding niet lichtvaardig af te wijzen, omdat Opdrachtgever geen enkele zekerheid heeft dat een andere aannemer in een later stadium een lagere Uitvoeringsaanbieding zal doen.
Ten slotte zijn in § V enkele vragen en antwoorden toegevoegd, die bij de interne discussie over deze bepalingen naar voren kwamen. In het systeem van de UAV-GC behoort bij de bepalingen een toelichting, maar die is vooralsnog achterwege gelaten.
4. De verrekenmodule
Op basis van het voorgaande komt de voorgestelde bepaling dan als volgt te luiden:
5. Slot
Met deze bepaling kan op eenvoudige wijze voorzien worden in een (al dan niet gedeeltelijke) uitgestelde prijsvorming in een UAV-GC overeenkomst. Een dergelijke verrekeningsmogelijkheid of uitgestelde prijsvorming is essentieel voor de levensvatbaarheid van de geïntegreerde contractvorm voor de meeste projecten. Ook wanneer van deze module geen gebruik wordt gemaakt, bieden de UAV-GC 2025 de mogelijkheid van een uitgestelde prijsvorming op basis van een ‘aanname’ in de aanbesteding, maar dan is er minder houvast voor de wijze waarop die prijsvorming moet verlopen. Voor een succesvolle toepassing van de nieuwe UAV-GC is het essentieel dat van deze mogelijkheden gebruik wordt gemaakt. Aan de huidige toepassing van uitsluitend UAV-GC of aan de combinatie van een bouwteamovereenkomst en een UAV-GC in een twee fasen-constructie met een vaste prijs kleven teveel nadelen die een efficiënte aanbesteding en uitvoering van werken verhinderen. Het is in het belang van opdrachtgevers en opdrachtnemers om gebruik te maken van deze module, zeker in gevallen waarin bij aanvang relatief nog weinig informatie beschikbaar is over raakvlakken en ontwerp.
Toepassing van de module maakt de overgang van ontwerp naar uitvoering veel eenvoudiger; maakt een snellere aanvang van het werk mogelijk; beperkt onzekerheden en geschillen voor beide partijen met als gevolg een betere samenwerking en een betere kwaliteit. En de verrekening voorkomt dat opdrachtgever teveel betaalt of de aannemer te weinig ontvangt.
1 Rob Bleeker is advocaat bij Rozemond in Amsterdam.
2 R.G.T. Bleeker, ‘Een nieuw twee fasen contract UAV-GC 2025 en de verkeerde uitleg van de UAV-GC 2005 (deel I). Zoek de verschillen’, TBR 2026/61.
3 § 3.3 Toelichting.
4 R.G.T. Bleeker, ‘Een bouwcontract en geen juristencontract. Over een eenvoudig twee-fasencontract binnen de UAV-GC’, TBR 2021/95.
5 Het voorstel van 2021 is opgesteld door Ingrid Pieterse, Maaike Teeuwen, Erik Segers, Tjerk de Vries, en ondergetekende. Het voorstel in deze bijdrage is opgesteld door Ingrid Pieterse, René Rozendal, Erik Segers, Tjerk de Vries, en ondergetekende.
6 Zie C.E.C. Jansen, ‘De totstandkoming van de MBO en UAV-GC 2025. Verslag van het herzieningsproces en overzicht van de belangrijkste wijzigingen’, TBR 2025/51.
7 Het viermanschap bestond uit mr. K. Mollema, oud-voorzitter van de Raad van Arbitrage in bouwgeschillen en oud-raadsheer in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden; prof. mr. C.E.C. Jansen, schrijver van de UAV-GC 2005 en 2025 en hoogleraar privaatrecht aan de VU; mr. B.L.C van den Berg, bedrijfsjurist en alliantiemanager bij ProRail en vertegenwoordiger van de opdrachtgevers; en mr. A.M.J Vos, directeur Juridische Zaken Van Gelder Groep B.V. en vertegenwoordiger van de opdrachtnemers. Zie voor een uitgebreidere weergave van dit onderdeel van het totstandkomingsproces A.J.M. Vos en D. de Bouwer, in: Evenwicht! Afscheidsbundel mr. D.E. van Werven, Den Haag: IBR 2025, p. 115 e.v.
8 Zie p. 61/62 en p. 64.
9 Vanaf hier hanteer ik de opzet van de UAV-GC om sommige (zie § 1 UAV-GC) woorden met een hoofdletter te schrijven.
10 ‘Betalen wat het kost. Oriëntatiepunten voor bouwcontracten tussen professionele partijen in de 21e eeuw’, TBR 2022/88 en daarvoor de publicatie in drie delen in maart 2022 in Actualiteiten Bouwrecht van het IBR, waarin wordt betoogd dat niet een vaste prijs maar verrekening van kosten het uitgangspunt behoort te zijn voor bouwcontracten in de 21e eeuw.
11 Zie ook toelichting p. 59 en 60.
12 Anders W.J.M. Herber, die een tegenstelling ziet: ‘Bodemgesteldheid en informatieverstrekking in de UAV-GC 2025. Een iets andere visie op de toepassing van § 3 lid 3 UAV-GC 2025’,TBR 2025/64.
13 Rijkswaterstaat, ‘Toepassing 2-fasen aanpak bij Rijkswaterstaat projecten’, www.vitaleinfrasector.nl, mei 2023.
14 Bouwend Nederland, ‘Taak- en resultaatsbeschrijving ontwerpfasen infrastructuur handleiding’, www.media.umbraco.io, februari 2022.






